Kopteksten overslaan
Vorige
Vorige
 
Volgende
Volgende

Omlaag drillen in werkbladen

U gebruikt de drillopties om snel en gemakkelijk door werkbladgegevens te navigeren. Bijvoorbeeld: u kunt vanuit een werkbladitem omlaag drillen om de gegevens gedetailleerder te zien.

Ga als volgt te werk om omlaag te drillen in een werkblad:

  1. Open het werkblad dat u wilt analyseren (zie Discoverer werkbladen openen voor meer informatie).

  2. Afhankelijk van het type gegevensbron kunnen de beschikbare drillhulpmiddelen als volgt verschillen:

    • In een werkblad met relationele gegevens doet u het volgende:

      • Selecteer een drillpictogram naast de itemkop van het werkbladitem waarop u de drillbewerking omlaag wilt uitvoeren.

      • Selecteer een detailniveau onder het huidige detailniveau (aangegeven voor een punt).

        Als u bijvoorbeeld omlaag wilt drillen van regio naar plaats, selecteert u de optie 'Plaats'.

        Het werkblad wordt volgens het geselecteerde drillniveau bijgewerkt. Als u bijvoorbeeld omlaag drillt van regio naar plaats, worden de gegevens van de plaatsen aan het werkblad toegevoegd.

    • In een werkblad met multidimensionale gegevens doet u het volgende:

      • Selecteer het pictogram 'Drillen/Uitvouwen' (+) naast de werkbladwaarde waarop u de drillbewerking omlaag wilt uitvoeren.

        Het volgende gegevensniveau in de gegevenshiërarchie wordt weergegeven. Bijvoorbeeld: als u een drillbewerking uitvoert op waarde 2005, worden mogelijk kwartaalgegevens voor 2005 weergegeven.

    In Discoverer wordt het werkblad bijgewerkt op basis van de drillopties die u hebt opgegeven.

    Opmerking: raadpleeg voor meer informatie over drillen in grafieken het Help-systeem bij Discoverer Plus.