![]() Vorige |
![]() Volgende |
U gebruikt de drillopties om snel en gemakkelijk door werkbladgegevens te navigeren. Bijvoorbeeld: u kunt vanuit een werkbladitem omlaag drillen om de gegevens gedetailleerder te zien.
Ga als volgt te werk om omlaag te drillen in een werkblad:
Open het werkblad dat u wilt analyseren (zie Discoverer werkbladen openen voor meer informatie).
Afhankelijk van het type gegevensbron kunnen de beschikbare drillhulpmiddelen als volgt verschillen:
In een werkblad met relationele gegevens doet u het volgende:
Selecteer een drillpictogram naast de itemkop van het werkbladitem waarop u de drillbewerking omlaag wilt uitvoeren.
Selecteer een detailniveau onder het huidige detailniveau (aangegeven voor een punt).
Als u bijvoorbeeld omlaag wilt drillen van regio naar plaats, selecteert u de optie 'Plaats'.
Het werkblad wordt volgens het geselecteerde drillniveau bijgewerkt. Als u bijvoorbeeld omlaag drillt van regio naar plaats, worden de gegevens van de plaatsen aan het werkblad toegevoegd.
In een werkblad met multidimensionale gegevens doet u het volgende:
Selecteer het pictogram 'Drillen/Uitvouwen' (+) naast de werkbladwaarde waarop u de drillbewerking omlaag wilt uitvoeren.
Het volgende gegevensniveau in de gegevenshiërarchie wordt weergegeven. Bijvoorbeeld: als u een drillbewerking uitvoert op waarde 2005, worden mogelijk kwartaalgegevens voor 2005 weergegeven.
In Discoverer wordt het werkblad bijgewerkt op basis van de drillopties die u hebt opgegeven.
Opmerking: raadpleeg voor meer informatie over drillen in grafieken het Help-systeem bij Discoverer Plus.